De inzet van hulplijntjes en waarom Opstellers meervoud is

Systemisch werken betekent dat ik met meer mensen werk dan alleen mijn klant, die op dat moment fysiek aanwezig is. Terwijl ik met een klant in gesprek ben, ‘zie’ ik ook alle mensen die om deze persoon heen horen. De kinderen komen voorbij, partners, collega’s, ouders, opa’s, oma’s etc. Regelmatig betrek ik ze actief bij het gesprek, door ze een stoel te geven of door ze in de vorm van een theekopje (dat kan daar prima mee) op de tafel op te stellen.

Er stapt dus meer mijn praktijk mee binnen dan alleen die ene persoon waar ik de afspraak mee heb. Zo kreeg ik laatst een bijzonder hulplijntje;

Een jonge vrouw, die ik in begeleiding heb, vertelt verdrietig dat haar oma een aantal dagen daarvoor is overleden. Ze had een sterke band met haar en zegt het als een groot gemis te voelen. Terwijl ik haar binnenlaat zeg ik in gedachte ook hallo tegen oma.

Vanwege haar moeizame relatie met haar ouders en broer komt ze bij mij. Ze vindt het lastig om haar grenzen aan te geven in deze contacten en wil er tegelijkertijd graag bij horen en goedkeuring krijgen. Nu haar oma is overleden ontstaat er meteen gedoe over de verdeling van oma haar spullen vertelt ze.

Ik maak nog iets meer ruimte voor oma, die zich volgens mij maar wat graag wil laten ‘horen’. Ik vraag mijn klant of ze het goed vindt dat ik samen met haar check wat oma tegen haar te zeggen heeft en of het voor haar klopt dat oma erg aanwezig lijkt te zijn. Als eerste ‘zie’ ik een koekjestrommel, antiek model, met op de onderkant een sticker. ‘Ja’ zegt ze dat is de koekjestrommel van oma en ze heeft op een aantal voorwerpen stickers geplakt met de naam van degene aan wie ze het wilde nalaten.

‘Ok’ zeg ik tegen haar en in gedachte tegen oma. Oma is nog niet klaar en ik krijg vervolgens een ketting te zien om haar nek, een vierkant plaatje met een sterrenbeeld. ‘Ja’ zegt ze daar zat ik als meisje aan te friemelen wanneer ik bij haar op schoot zat. Omdat ik toch nog twijfel aan de wonderlijke communicatie met deze oma, vraag ik haar in gedachte om me te laten zien welk sterrenbeeld erop staat. Met een kans van 1 op 12 kan ik het antwoord op deze vraag geen toeval meer noemen en alleen maar respect hebben voor wat zich aandient. Oma laat me vervolgens een half man, half paard afbeelding met een pijl en boog zien. Verbaasd kijken mijn klant en ik elkaar aan, wanneer zij bevestigend antwoord dat boogschutter klopt. Raak geschoten. Ze weet wat ze ‘op te eisen heeft’ van oma’s spullen, in goed en bijzonder overleg.

Wil je ook weten wat ik, mijn achterban en die van jou, voor je kunnen doen? Stuur me een bericht, ‘we’ kijken graag met je mee.


Waar een wil is, is een weg.

Column nr 2 voor Therapeut, Coach en Counseler (TCC) magazine

Ik werd gevraagd om column nummer twee te schrijven over werken in coronatijd. De gevolgen van de pandemie zijn onduidelijk en er is geen stip op de horizon te zetten wat betreft dit virus, zoals 'in mei 2021 dan is het klaar'. Dus wie weet voor hoeveel columns ik nog gevraagd word.

Om inspiratie op te doen stelde ik aan mijn netwerk op sociale media de volgende vraag: Hoe verhoud je je tot iets wat je niet kan overzien? Ik kreeg hartjes en duimpjes maar geen antwoorden.

Als de vraag geen beweging brengt, is het misschien niet een goede vraag. In ons werk kennen we allemaal de kracht van een vraag die beweging brengt. Echter in veel vragen zit ongemerkt een bestemming en dus geen beweging. Zelf betrap ik me nogal eens op een vraag gericht op bevestiging. Wanneer ik iets  geschreven of gemaakt heb waar ik mezelf onzeker over voel, wil ik eigenlijk dat die ander zegt dat het ok is. Of ik stel de beruchte waarom-vraag, wanneer ik eigenlijk iets vind of wil. Waarom ligt dat hier nog? is eigenlijk: dit ligt in de weg, ruim het op! In de vragen die over het virus worden gesteld, hoor ik ook een ondertiteling: we willen het niet, wanneer is het klaar? Kunnen die maatregelen niet anders? Of ik heb een beter plan. In de persconferentie gisteren nog: 'Waarom die halfbakken maatregelen en geen volledige lockdown, Meneer Rutte?' Oftewel de vraagsteller heeft twijfels en wil eigenlijk aantonen dat het niet klopt. Een op-het-matje-roep-vraag?

Laat ik het wat dichter bij ons werk halen wat betreft cliënten, bijvoorbeeld met burn-out klachten. Hoe kan ik weer de oude worden? Ondertiteling: ik wil dit niet, ik ken de nieuwe situatie niet, de oude wel en doe mij die. Deze vragen geven wél veel informatie over wat de vraagsteller uit wil sluiten; in mijn geval afwijzing en in de andere gevallen onzekerheid en onduidelijkheid. Alles wat je uitsluit komt langs de achterdeur terug binnen, zoals mijn systemisch werk leraar zei. Denk maar aan hoe Famke Louise na de uitspraak: "ik doe niet meer mee!" ineens toch erg mee deed.

In mijn praktijk werk ik graag met de rake vragen app van Siets Bakker. Cliënten kunnen zelf een vraag schudden op mijn telefoon. Siets kijkt net als ik graag voorbij een mening, heeft het vermogen om uit te zoomen en maakt systemische kennis praktisch toepasbaar. Een rake vraag boort een ander ‘weten’ aan dan ‘ergens iets van vinden’. Een vraag als: waar moet de toestemming vandaan komen? wanneer een cliënt maar geen keuze lijkt te kunnen maken, opent een ander perspectief.

In het kort was dit Siets’ reactie op mijn startvraag; ‘’In je vraag hoe je tot iets te verhouden wat je niet kan overzien, moet je alweer iets. Hoe is het om in het ongewisse te zijn? Om je zijnskwaliteit te verhogen en volledig in orde te komen met onzekerheid en onduidelijkheid? In volledige associatie in plaats van dissociatie.” En ze noemde het woord ‘overgave’.

Overgave aan wat er is. En zijn met onzekerheid en onduidelijkheid. Wat resoneert er in mij wanneer ik op deze termen afstem? Zo heb ik leren fietsen, zo heb ik mijn kinderen op de wereld gezet, zo ben ik mijn chemokuren doorgekomen, zo liet ik het gevecht los met de vader van mijn kinderen en zo ervaar ik ondernemen. Het is wat ik doe, wanneer ik werk. Wanneer ik een vrouw laat zijn met haar verdriet en onzekerheid rondom kanker. Wanneer ik een man laat zijn met het niet kunnen wennen aan zijn nieuwe baan in een leeg kantoor met thuiswerkende collega’s. Wanneer ik een therapeut, die ik coach, laat stoppen met oplossen en laat stilstaan bij hoe het is om veel te hard te werken in een gesprek.

Ik blijf. Wanneer ik niet weet waar het heen gaat en wat de uitkomst gaat zijn. Het voelt als ontmoeten, samen en zijn waar alles al is. Want ‘waar een wil is, is een weg’ gaat om te beginnen vaak over waar je niét wil zijn en waar je bij weg wil. Je brein vlucht en vecht, controleert en vermijdt. Ik blijf, en ben met wat er is. Aansluiten en insluiten. Wat doe jij?

Judith werkt als psychosociaal therapeut en trainer. In haar praktijk Opstellers combineert ze ACT en systemisch werk. Ze richt zich op mensen die patronen willen doorbreken en begeleidt therapeuten en coaches bij hun eigen persoonlijke verdieping en intuïtieve ontwikkeling.


Achter de schermen

Column TCC Magazine mei 2020

Achter de schermen

 

Het kostte me vijf jaar om een praktijk op te bouwen als zelfstandig therapeut. Op 1 maart nam ik de sprong en liet ik ook mijn laatste uren in loondienst los.  Geloof me, mijn hoofd was creatief genoeg in het bedenken van de doemscenario’s. Maar een virus, dat de hele wereld plat legt, nee, dat had ik niet bedacht.

Het zien van twintig mensen in twee praktijken weeg ik al snel af als te veel risico op besmetting. Wat kan ik doen vanuit huis? Ik stuur mijn cliënten een mail dat alle afspraken omgezet zijn naar online, inclusief een link naar de betaalde variant van Zoom. Een aantal van hen geeft aan ‘liever niet’. Een groter aantal durft het te wagen. Ik vraag me af wat mijn waarde als therapeut is en of ik het wel kan. Ik word de eerste twee weken met een nerveuze kriebel wakker.

Over onlinetherapieën zegt mijn verstand: ‘Je mist alle signalen en wat is dát nou voor contact!. Vervolgens kom ik in een andere wereld terecht, rechtstreeks in het systeem van mijn cliënten en zij in dat van mij. Een dame die ik spreek moet huilen en haar enorme hond kruipt troostend op schoot.  Fiene van vier jaar, die wil weten of ik ook kindjes heb en of ze die mag zien. Een echtpaar dat me enorm uitlacht ‘Judith, heb je in de gaten dat je steeds met je hoofd in je scherm duikt wanneer je ons niet goed verstaat. Je hebt een headset op hé?’. Mijn eigen hond, die zonder trimsalon een soort muppetshow-uitvoering van zichzelf is, komt kijken en gooit zijn piepkip op het toetsenbord. Dat maakt de sfeer compleet.

Twee weken verder ben ik blij én moe! In BBC worklife lees ik een verklaring van professor Gianpiero Petriglieri voor deze enorme energiedrain: ‘Onze verstanden zijn bij elkaar terwijl je lijf registreert dat je niet bij elkaar bent, die dissonantie, geeft conflicterende gevoelens en werkt uitputtend. Je kan niet ontspannen zoals je dat zou doen in een natuurlijk gesprek’. Ja dat dus. Tel daarbij op de enorme focus waarmee ik mijn onlineconsulten doe. Ik vraag weliswaar om medewerking van mijn cliënten in vertaling van hun emoties. Toch let ik extra op.

Ik moet wennen aan de constante confrontatie met mijn eigen spiegelbeeld.  Een kleiner schermpje instellen helpt maar het blijft als een spiegel in de WC waarin ik toch even check of er niks tussen mijn tanden zit.

De context is ingestort. Alle rollen die ik heb lopen in elkaar over omdat ik ze in dezelfde ruimte vervul. Professor Petriglieri maakt daarover de volgende vergelijking : ‘Stel je voor dat je in de kroeg met je collega’s overlegt, je ouders ontmoet en een date hebt. Is dat niet raar?’. De afwisseling van omgeving stelt ons normaalgesproken in staat om onze verschillende rollen vorm te geven.

Ja online-consulten werken, en ik besef wat het van me vraagt. Ik kies voor ervaren en ontdekken wat mijn waarden zijn binnen deze veranderende context en hoop dat deze column jullie uitdaagt om ook te ervaren en te ontdekken hoe jij als therapeut waarde toe wil voegen in deze crisistijd.

Achter elkaars schermen kijken, delen en verbinden voelt ongemakkelijk, nieuw en kwetsbaar. Maar je deelt als therapeut met je cliënt wel hetzelfde podium en je kan daar nog steeds je rol pakken.

 

 

 


Vóór en ná

Van de week kocht ik een instagramcursus 'long story short'. Ik durf namelijk geen filmpjes te maken en bedenk me steeds dat het toch wel handig zou zijn om mijn ondernemingsvaardigheden mee uit te breiden. Ik snap ook dat Jet (mijn verstand) er vanalles van vindt en dat dat niet helpt. En buiten Jet vindt mijn man er ook vanalles van; teksten redigeren is één ding, maar wat, dat ongeleid projectiel dat zich zijn vrouw noemt, gaat zeggen op film, is wat anders. Een opdracht suggestie van de, uitermate cameraproof, dame was, maak een filmpje met vóór en ná effect. Ruim bijvoorbeeld een kast op, verf een muurtje of film je coupe vóór het bezoek aan de kapper en erná. Mijn weerstand werd zo mogelijk nog groter en ja ik weet dat mijn 'opstandige' deel sowieso iets teveel ruimte achter het stuur van mijn bus inneemt. Dus ik filmde niks en heb de afgelopen week gedraaid, gedacht, gewikt en gewogen. Wat betekent voor mij vóór en ná, authentiek en binnen Opstellers?

Ik ga echt geen muurtje schilderen voor de kijkcijfers, hoe enorm satisfying de fundamake-over plaatjes ook zijn op het gelijknamige instagramaccount. En dat bevredigende van een slechter vóór en een beter ná, is waar voor mij de schoen wringt. Want dat is wat de meeste mensen fijn vinden, feel good en films die goed aflopen. De afgelopen twee weken was ik namelijk erg van de leg. Zonder al teveel details te willen en kunnen weergeven; een vrouw die ik in begeleiding had rondde het traject bij mij blij af met voor mij een lief kaartje en bosje bloemen en twee dagen later stortte haar wereld in door een groot verlies. 'Dag' vóór en ná, 'hallo 'werkelijkheid'. De vrouw die dat lieve kaartje heeft geschreven is niet meer dezelfde als degene die ik van de week aan de telefoon had.

Afgelopen week waren wij drie jaar getrouwd en google-foto's heeft de optie dat het van jaren geleden foto's weergeeft. In mijn geval zag ik een aantal weken geleden tegelijkertijd een bezorgd snoetje met eerste chemo achter de rug in 2007, ongeveer 14 weken zwanger van Sjef, haren kort geknipt om te voorkomen dat Siem, toen 2 jaar oud, bij een knuffel van mama geen plukken haar in zijn hand zou houden, én ik zag foto's van mijzelf met vriendin C de laatste passing van mijn trouwjurk doen in 2017. Met tien jaar ertussen, de ultieme vóór en ná beleving.

Ware het niet dat ik, het kader van vóór en ná, bij veel levenszaken een heel akelig kader vind. Het veinst een controle-systeem wat er niet is.  Lineair denken, oftewel oorzaak en gevolg -denken of verklaringen zoeken, zie ik ook toegepast worden in zaken die niet zo te benaderen zijn. Sterker nog het geeft een soort houvast wat groei remt. En het is meer verweven in ons denken en handelen dan waar je je bewust van bent. Bespreek maar eens een probleem met iemand en je krijgt 9 van de 10 keer een diagnose, verklaring of ongevraagd advies. Zelfs ik maak me daar wel eens schuldig aan.Veel van de mensen met wie ik werk zeggen regelmatig bij burn-out, worstelingen, verlies en lichamelijke aandoeningen 'ik wil weer de oude worden'. Ook ik heb gezocht in de jaren na de behandeling of ik mezelf weer ergens kon herkennen op de foto's die ik nam. Naast een prednisonhoofd, droeg het vertrek van de vader van de kinderen bij aan de enorme onzekerheid die ik voelde. Ik hield me vast aan een foto die ik voor alle ellende begon genomen had, die vrouw wilde ik weer zien. Als ik weer zo zou kunnen zijn, dan .. ja dan wat? Weer houvast en gevoel van controle? Eigenwaarde? Maar goed, terug naar dat 'weer de oude worden' of als ik nou meer weer wat meer energie zou hebben of weer een leuke relatie. Ik hoorde een vriendin, die ook kanker heeft gehad, laatst zeggen dat ze zichzelf saai vindt zoals ze nu is. Je wordt een soort van je eigen blinde vlek in het vergelijken met wie je was. Zoals ik al eerder zei, het remt vooruitgang. Je zet jezelf klem in je voormalige 'ik', gaat de pijn uit de weg die nodig is om je weer opnieuw te verhouden tot wat er aan de hand is en wat je belangrijk vindt. In weer 'de oude worden' zit meestal de angst voor het onbekende verborgen.

Van de week kopte de krant 'Nationaal plan voor klachten na kanker' en ik zag een aantal mensen op sociale media blij zijn met de erkenning. Ik juich niet. Ik heb al veel langer het gevoel dat 'kanker' een markt is waar heel veel overtuigingen opgeplakt zijn, waar behoefte aan controle is terwijl die er vaak niet is. In erkenning van klachten via een 'nationaal plan' zit voor mij een verklaringenmodel, regeltjes en daarmee een beeld van hoe je je zou moeten verhouden tot een ziekte. Je kan het ineens goed of fout doen. Sterker nog je hebt ineens 'iets' erbij, moe is niet meer gewoon moe maar vermoeidheid na kanker. Waarschijnlijk deels terecht én ook een relatie tussen vermoeidheid en kanker waar ik me van afvraag hoeveel perspectief daar nog in zit. Er komt een frame, koppeling van ervaringen op die ook beperkend kan zijn. Mijn man weet hoe pislink ik word wanneer 'de strijd verloren of gewonnen' opduikt in relatie tot kanker. Ook zoiets wat in ons taalgebruik is geslopen in relatie tot kanker en de suggestie wekt dat je van kanker kan winnen of verliezen.

Er zijn nog veel revalidatiecentra die voorschrijven hoe energiemanagement zou moeten. Regelmaat, iedere dag dezelfde tijden aanhouden, je energie verdelen. Wijs wanneer je daarvoor kiest. Maar wat als je nu liever één dag knalt en de keuze maakt om de volgende dag een vaatdoek te zijn? Kunnen we naar een maatschappij waar 'de nieuwe'-zijn, ervaren, veranderen, doen wat je waardevol vindt en waar vooral erkenning is voor het gebrek aan controle op veel zaken?

p.s. een half jaar na die geweldige trouwdag, stortte ik in. Jet (verstand) had namelijk bedacht dat ik in ieder geval 40 moest worden en zoonlief 10 jaar oud moest zien worden. Mijlpaal gehaald, was daar toch ineens een hoop ellende die er even uit moest. Nu weer, of nog steeds, stralend en gelukkig. Levens verlopen niet lineair en dat is eigenlijk heel bevrijdend :-)

Bovenste foto is september 2007, de tweede foto is mei 2007 en de onderste is augustus 2017.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Dat je bekeken wordt, wil nog niet zeggen dat ze je zien.

'Dat je bekeken wordt, wil nog niet zeggen dat ze je zien' Soms doe ik naar aanleiding van een gesprek zelf een uitspraak die blijft hangen in mijn hoofd. Deze uitspraak lijkt wel een soort spandoek in mijn hoofd de afgelopen weken, die vraagt om aandacht. Je bekeken voelen; dat gebeurt mij met grote regelmaat. Soms vervelend, wanneer een voorbijrazende wielrenner het nodig vindt om zo dichtbij in mijn gezicht 'boe' te roepen dat ik zijn adem ruik (geheel niet gehinderd door de huidige maatregelen). Uit de opmerking 'iedereen loopt steeds maar op zijn telefoon te kijken, niet meer normaal' van zijn medefietser maak ik op dat ik in een hoek ben geplaatst van notoire schermkijkers. En nee, dames en heren, ik liep niet in de weg, zelfs niet op de weg..maar in de berm. Zojuist een foto gemaakt van de hond, die met muppet-gehalte. Mijn hartslag raast en ik neem waar dat ik van de leg ben. Ik maak op dat ik me aangetast, boos en bekeken voel. Mijn verstand vindt de wielrenner stom en krijgt bijval van alle andere verhalen die ik daarover heb. Ik kom in een slechte film terecht voorzien van allerlei beeldmateriaal wat ergens is blijven hangen in mijn hersenpan. De overtuiging 'ik word niet gezien en niet gehoord' wordt bevestigd. Ook hoe ik had moeten reageren in deze situatie, ik was in het bezit van een werpstok van de hond..die maakte al onderdeel uit van een scenario..
Dit alles opmerkend, richt ik me weer naar buiten. Er komt een wat oudere man voorbij gefietst die ik vriendelijk lachend groet. Hij lacht terug. Mijn hoofd zegt 'ja dat is beter' en sneert tegelijk..'maar misschien is hij wel een pedo en die wielrenner van daarnet een lieve papa'.. Het is maar net hoe je het bekijkt. Verderop kom ik een stel met hond en baby in kinderwagen tegen. Ik zeg 'hallo' en vraag of ik in de kinderwagen mag kijken. Ze stoppen, ik brabbel tegen de kleine en krijg een grote lach van de baby en de papa en mama.
Verder wandelend blijft me bezighouden wie me nou bekeken hebben en wie mij gezien hebben en andersom hoe ik dat doe. Ik weet wel wat ik prettiger vind. In bekeken worden voel ik een oordeel, een kijk van de ander die niet hoeft te kloppen. In gezien worden voel ik nieuwsgierigheid, opmerkzaamheid en contact. Worstel jij met niet gezien worden, jezelf niet durven laten zien en heb je vaak het gevoel dat je bekeken wordt door de mensen om je heen of door je eigen oordelende bril. Wees welkom voor een gesprek, ik zie je graag!

Over het hebben van verwachtingen. Ontsnappen uit je zelfgebouwde gevangenis?

Verwachtingen hebben van de plek waar je werkt, je relatie en jezelf als moeder of vader. 'Verwachtingen' waren gisteren in mijn praktijk bij drie verschillende cliënten een thema. En vooral wat te doen wanneer je de verwachtingen die je hebt, van een (werk)plek,  van een relatie en van een rol die je vervult, niet meer overeenkomen met de werkelijkheid en met wat je echt van belang vindt?

Hoe lang kun je je aanpassen aan een werksituatie, waar je verantwoordelijkheden en taken zijn beloofd die in de praktijk steeds verdraaid en gesaboteerd worden? Ik zie de dame bij wie dit speelt worstelen met loyaliteit en een onhandige combinatie van ambitie en onzekerheid. Ze is erg moe en verliest energie. Loyaliteit en ambitie zijn mooie waarden, gek genoeg lijkt ze op die waarden ook extra gas te geven in 'ongemakkelijke' situaties. Waar ze al lang niet meer uit kan voeren, wat ze zou willen doen en voor aangesteld is, is het 'makkelijker' om trouw vol te houden in de hoop eindelijk gezien te worden. In plaats van een andere stap zetten mèt haar onzekerheid (kan ik het wel?) en naar onzekerheid (nu heb ik een vaste baan). De pijn voelen van 'niet gesteund en gezien worden' gaan we onbewust met heel veel moeite uit de weg door stug vast te houden aan de verwachting of illusie dat, wanneer je hard werkt 'ze' je ooit gaan zien en waarderen.

Een andere dame vertelt hoe in haar relatie zaken zijn gebeurd, die haar gekwetst hebben en de relatie beschadigd hebben. Haar waarde 'gelijkwaardigheid' blijkt in een aantal belangrijke relaties niet van toepassing te zijn. Ze zegt hoeveel pijn een aantal dingen haar gedaan hebben en hoe ze niet begrijpt, waarom mensen bepaalde dingen doen. Haar aanpassingen houden de relatie in stand. Mooi, wanneer die aanpassingen uit je hart komen. Slopend, wanneer je je aanpast uit angst om iets kwijt te raken en bang bent voor de toekomst. Want wat als die toekomst niet voldoet aan je verwachtingen?

Afwijken van verwachtingen van de mensen om je heen en afwijken van de verwachtingen die je voor en van jezelf hebt. Misschien is 'afwijken' niet het goede woord, maar helpt 'uitzoomen' oftewel 'van een afstandje kijken naar' de cirkels die je aan het draaien bent rondom dat ongemakkelijke gevoel van 'verwachten' en 'verwachtingen'. Ongemakkelijke gevoelens zoals schuld, teleurstelling, mislukken, schaamte en frustratie. En hoe je je verwachtingen bijstelt om deze gevoelens niet te hoeven voelen of op te roepen. Hoe meer ik in deze kaders nadenk over het woord 'verwachting' hoe minder ik het cadeautjesgevoel krijg, die binnen letterlijk 'in verwachting zijn' en 'vol verwachting klopt ons hart' geschetst worden. Verwachtingen plaatsen stickers op de mensen om je heen, situaties en op jezelf. Het geeft een schijn van controle. In bovenstaande situaties houden 'verwachtingen' je gevangen in een zelfgebouwde gevangenis.

Welke ruimte ontstaat er wanneer je niet doet wat je van jezelf verwacht? Pijnlijk voor de moeder van een autistische puberzoon (wat een stempels in één zin) die door hem geslagen is en nooit van zichzelf als moeder verwacht had een hekel aan haar zoon te krijgen. Zowel hij als zij voldoen niet aan de verwachting van zoon-zijn en moeder-zijn. Dus naast de pijnlijke situaties die zich hebben voorgedaan, gooien deze verwachtingen er nog een schepje bovenop.

Waardoor laat je je leiden wanneer je niks verwacht en geen controle hebt op de toekomst? Wanneer je gevoelens van angst, schaamte, teleurstelling, mislukken en frustratie mag voelen en niet uit de weg gaat? Wat en wie vind je dan belangrijk?

Het is echt spannend om uit je zelfgebouwde hok te stappen in een ruimte die veel groter is (dan je verwacht had :-) )... Ik stap graag met je mee.